Wolfgang Hohlbein
Das Druidentor
griezelroman, 1993, 598 blz.
Alles is groot in dit griezelverhaal. Het onheil heeft geen gezicht, bestaat niet uit een paar demonen die het op een paar mensen hebben voorzien. Hier gaat het om Het Grote Onheil, waarvan de vorm en omvang slechts langzaam duidelijk worden. Het boek begint met een sinister, zeer spookachtig ongeval in een treintunnel in de Zwitserse Alpen. Het blijkt dat bij de aanleg van de tunnel zich al vreemde gebeurtenissen hebben voorgedaan, gebeurtenissen die zwaar hebben ingegrepen op de levens van mensen die bij de aanleg van de tunnel betrokken waren, en die, nu blijkt dat het onheil niet langer diep in de berg begraven blijft, gedreven worden de raadsels te ontsluieren, en het dreigende onheil te keren. Als dat mogelijk is.

Met bijna zeshonderd, dichtbeschreven bladzijden, is dit een aardige pil. Het boek heeft een zekere traagheid die past bij de omvang van de gebeurtenissen. De schrijver neemt de tijd overal goed bij stil te staan. De dialogen zijn vaak lang, met veel details van de kleinste handelingen die worden verricht, in balans met de grootsheid van de gebeurtenissen er omheen. Het verleden, dat wat zich afspeelde bij de aanleg van de tunnel, wordt in gepaste doses door het heden geweven. De catastrofe is niet iets dat aan het eind als uitsmijter wordt afgeraffeld, maar wordt stapsgewijs ontvouwd, en wanneer die op het hoogtepunt is zijn er nog vele pagina's te gaan.

Alles bij elkaar een boek waar je lang zoet mee bent, dat de spanning al die tijd weet vast te houden en vanaf de allereerste spookachtige gebeurtenissen steeds weet uit te bouwen.


Het volgende heb ik geschreven voor de.rec.buecher. Excuses voor de belabberde grammatica.

Der Autor benützt ziemlich viele Wörter. Die kleinste Details werden ausführlich beschrieben. Das macht die Erzählung träge, aber es paßt zur Größe der Ereignissen. Es handelt sich um sehr erstaunliche Ereignissen, und darbei soll man nicht so eilig vorgehen.

Ein spannendes, unterhaltsames Buch. Trotzdem, nicht wirklich meines Geschmacks. Ich bevorzuge das kleinere Schauern. Nur ein Haus mit einem Gespenst, und die Konfrontation mit dem Persönliche. Nicht, die große, anonyme Weltuntergang.